Bent u een nabestaande, dan volgt er voor u een aparte procedure voor het eventueel bijwonen van de zitting. De zittingszaal is niet groot genoeg om plaats te bieden aan alle nabestaanden. Er wordt gekeken naar een manier om tot een juiste verdeling van de plaatsen in de zittingszaal te komen. De aanmeldprocedure wordt met u gedeeld via de voor u gebruikelijke communicatiekanalen zodra er meer informatie over bekend is. 

Spreekrecht uitoefenen
Wilt u uw spreekrecht uitoefenen op een voor u daarvoor uitgekozen moment, dan is er uiteraard plaats voor u in de zittingzaal. De voorzitter van de rechtbank bepaalt op welke manier het uitoefenen van het spreekrecht kan worden vormgegeven. U wordt hierover via de gebruikelijke communicatiekanalen op de hoogte gebracht.

Nabestaanden zijn familieleden van een persoon die is overleden als gevolg van een strafbaar feit. In de wet staat dat de volgende nabestaanden spreekrecht hebben:

  • de echtgeno(o)t(e) of de levensgezel van de overledene
  • de bloedverwanten in rechte lijn van de overledene (mensen die van elkaar afstammen, bijvoorbeeld ouders, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen)
  • de bloedverwanten in de zijlijn tot en met de vierde graad van de overledene (mensen die niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke voorouder hebben, bijvoorbeeld broers en zussen, neven en nichten; de graad wordt bepaald door het aantal geboorten te tellen dat tussen de verwanten zit: geboorte overledene, geboorte ouder, geboorte oom of tante, geboorte neef of nicht)
  • de personen die van de overledene afhankelijk waren. Dat zijn personen met een positie die vergelijkbaar is met onmiddellijke familieleden en die in hun levensonderhoud werden voorzien door het direct getroffen slachtoffer. Bijvoorbeeld een niet-erkend kind of een huisgenoot die geen bloedverwant is van het directe slachtoffer.