Nederland is een rechtsstaat. In een rechtsstaat gaan strafbare feiten niet alleen de dader en het slachtoffer aan, maar de hele samenleving. Daarom worden mensen die verdacht worden van een strafbaar feit door de overheid in het openbaar vervolgd. Om te zorgen dat dit eerlijk gebeurt, gelden er regels: het Nederlandse strafprocesrecht. In een Nederlands strafproces zijn de rollen verdeeld over rechters, Openbaar Ministerie, verdachten en hun advocaten, en eventueel slachtoffers/nabestaanden en hun advocaten.

Bekijk de informatieve illustratie over het strafproces in Nederland.
 

Rollen in een strafzaak

Rechters

In Nederland behandelt een zogeheten meervoudige kamer een omvangrijk strafproces. Dit betekent dat meerdere rechters de strafzaak behandelen. Gewoonlijk bestaat de meervoudige kamer uit 3 rechters.

Tijdens een zitting behandelen de rechters de aanklacht van het Openbaar Ministerie (OM) en onderzoeken ze wat er precies gebeurd is. Dit doen ze door alle beschikbare informatie van het strafrechtelijk onderzoek door te nemen en door vragen te stellen aan de verdachten of hun advocaat (als zij aanwezig zijn). Eventueel horen ze ook getuigen en deskundigen. Daarna bepalen zij op basis van de Nederlandse wet of de verdachten schuldig zijn van het strafbare feit waarvoor het OM ze heeft aangeklaagd. En zo ja, welke straf de schuldigen krijgen.

Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie (OM) is de enige instantie die verdachten voor de Nederlandse strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en dat verdachten indien nodig worden vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met de politie en andere opsporingsdiensten. 

In het vooronderzoek naar het neerstorten van vlucht MH17 hebben de politie en het OM samengewerkt met opsporingsautoriteiten van 4 andere landen in het Joint Investigation Team. Op basis van de resultaten van dat onderzoek heeft het OM besloten de verdachten te vervolgen.

De officier van justitie vertegenwoordigt het OM. Bij een strafzaak is gewoonlijk 1 officier van justitie aanwezig en soms zijn er bij grotere zaken 2 officieren van justitie.

Verdachten, advocaten
De verdachten in een strafzaak krijgen van het Openbaar Ministerie een dagvaarding waarin ze lezen waar ze voor ze worden aangeklaagd en wanneer er een zitting is. Verdachten zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Het is in een strafzaak niet verplicht om aanwezig te zijn in de rechtszaal of een advocaat in te schakelen, maar dat is wel verstandig. De advocaat van een verdachte verdedigt zijn of haar belangen tijdens het proces en waakt daarmee over een eerlijke procesgang.

Nabestaanden
Nabestaanden zijn familieleden van een persoon die is overleden als gevolg van een strafbaar feit. Net als slachtoffers zijn er nabestaanden die wettelijk gezien spreekrecht hebben. Zij hebben het recht om zich tijdens een zitting uit te spreken over de persoonlijke gevolgen van het overlijden van hun familielid en over de straf die in hun ogen aan de verdachten zou moeten worden opgelegd. Nabestaanden kunnen net als slachtoffers een vordering tot schadevergoeding indienen. 

In de wet staat dat de volgende nabestaanden spreekrecht hebben:

  • de echtgeno(o)t(e) of de levensgezel van de overledene
  • de bloedverwanten in rechte lijn van de overledene (mensen die van elkaar afstammen, bijvoorbeeld ouders, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen)
  • de bloedverwanten in de zijlijn tot en met de vierde graad van de overledene (mensen die niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke voorouder hebben, bijvoorbeeld broers en zussen, neven en nichten; de graad wordt bepaald door het aantal geboorten te tellen dat tussen de verwanten zit: geboorte overledene, geboorte ouder, geboorte oom of tante, geboorte neef of nicht)
  • de personen die van de overledene afhankelijk waren. Dat zijn personen met een positie die vergelijkbaar is met onmiddellijke familieleden en die in hun levensonderhoud werden voorzien door het direct getroffen slachtoffer. Bijvoorbeeld een niet-erkend kind of een huisgenoot die geen bloedverwant is van het directe slachtoffer.

Het kan zijn dat iemand anders namens de nabestaande in de rechtszaal spreekt, omdat de nabestaande hier zelf niet toe in staat is. Denk bijvoorbeeld aan een advocaat of Slachtofferhulp Nederland.

Getuigen
De rechters bepalen of zij een of meerdere getuigen tijdens de zitting willen horen. In een strafzaak is het zo dat de meeste getuigen al in het vooronderzoek zijn gehoord door het Openbaar Ministerie en in dit geval door het Joint Investigation Team. Ook worden getuigen door de rechter-commissaris gehoord. Het kan zo zijn dat de rechters die het strafproces behandelen het belangrijk vinden deze getuigen zelf te horen. Dit gebeurt dan tijdens een zitting. Ook kunnen nieuwe getuigen worden gehoord.

Deskundigen
De rechters kunnen een of meer deskundigen benoemen. Dat kunnen deskundigen op ieder gebied zijn, bijvoorbeeld gedragsdeskundigen, artsen of telecomdeskundigen. Rechters kunnen deskundigen benoemen op eigen initiatief of op verzoek van de officieren van justitie of de verdachten en/of hun advocaten. Deskundigen kunnen vanuit hun expertise de rechters voorlichten, bijstaan en - indien nodig – aanvullend onderzoek instellen. Deskundigenverhoren tijdens de zitting kunnen plaatsvinden op initiatief van de rechters, maar ook op verzoek van de officieren van justitie of de verdachten en/of hun advocaten.


Verloop rechtszitting
Na de eerste zitting volgt de zitting waarin de rechters de rechtszaak inhoudelijk behandelen. Deze zitting verloopt als volgt:

  1. De bode roept de namen van de verdachten en de rechtszaak, iedereen neemt plaats in de zittingszaal. 
  2. De rechtbank controleert de persoonsgegevens van de verdachten en geeft een korte uitleg over de rechten van de verdachten tijdens de zitting, zoals het recht om niet te antwoorden op vragen die worden gesteld. Als de verdachte er niet is, wordt nagegaan of hij/zij rechtsgeldig is opgeroepen. De officier van justitie draagt de tenlastelegging voor. Dit onderdeel van de dagvaarding is een exacte, juridische beschrijving van het feit of de feiten waarvoor de verdachten worden aangeklaagd. 
  3. De rechters lopen het dossier door met de verdachten en doen onderzoek door de verdachten vragen te stellen, getuigen en/of deskundigen te horen en de stukken te bespreken.
  4. Nabestaanden met spreekrecht kunnen daarvan gebruik maken.
  5. De rechters bespreken een eventuele vordering van een nabestaande tot een schadevergoeding. De nabestaande mag ook een mondelinge toelichting geven.
  6. De rechters bespreken persoonlijke omstandigheden van de verdachten.
  7. De officieren van justitie geven in het requisitoir hun standpunt over de tenlastegelegde feiten en vragen om vrijspraak dan wel de bewezenverklaring daarvan, eisen bij een veroordeling de oplegging van een straf en/of maatregel en geven hun standpunt over eventuele vorderingen van nabestaanden. 
  8. Daarna houdt de advocaat of een verdachte een pleidooi. 
  9. De benadeelde partij of zijn/haar advocaat mag nogmaals het woord voeren.
  10. Zowel de officieren als de advocaat van de verdachte krijgt de gelegenheid om op het standpunt van de wederpartij te reageren.
  11. De verdachte krijgt het laatste woord.
  12. Na het laatste woord sluiten de rechters het onderzoek. De rechters geven aan wanneer de uitspraak zal worden gedaan.



Verschillende rechtssystemen
Grofweg zijn er in de wereld 2 rechtssystemen te onderscheiden: ‘civil law’ en ‘common law’.

Civil law
In de meeste Europese landen, waaronder Nederland, geldt civil law. Dit is voornamelijk gebaseerd op wetboeken die abstracte regels bevatten. De rechters gebruiken deze regels om tot een uitspraak te komen.

Common law
Het systeem van ‘common law’, dat onder andere in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten geldt, gaat vooral uit van eerdere gerechtelijke uitspraken. Rechters halen daar zelf abstracte regels uit en passen deze toe op de rechtszaak die voorligt.

Verschillen in strafproces
Het strafproces zelf kent wereldwijd ook verschillen. Nederland kent in tegenstelling tot andere landen als bijvoorbeeld België, Frankrijk en Amerika geen juryrechtspraak. In juryrechtspraak bepaalt een groep burgers of iemand schuldig is aan datgene waar hij of zij van verdacht wordt. Nederlandse rechters komen op basis van het dossier en het onderzoek op zitting zelf tot een oordeel over de vraag of een verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd, waarna zij uitspraak doen en de straf bepalen.

In Nederland is het niet zonder meer gebruikelijk om getuigen op de zitting te horen. Indien de rechtbank heeft beslist dat er getuigen gehoord zullen worden, wordt de zaak daartoe meestal verwezen naar de rechter-commissaris. De rechter-commissaris hoort de getuigen in aanwezigheid van de advocaat en de officier van justitie.