Het vandaag afgeronde zittingsblok heeft in het teken gestaan van het uitoefenen van het spreekrecht door nabestaanden van de slachtoffers van het neerstorten van vlucht MH17. In dit resumé wordt daarop teruggeblikt.

Ook heeft de rechtbank in dit zittingsblok naar aanleiding van mediaberichten vragen gesteld aan het Openbaar Ministerie (OM).  

Spreken nabestaanden

In de afgelopen drie weken hebben meer dan negentig nabestaanden hun stem in de zittingszaal laten horen. Zij hebben gesproken over het verlies van hun dierbaren. Zij deelden hun verdriet, pijn, frustratie en soms ook boosheid, maar ook hun herinneringen aan vele mooie momenten. Foto’s, filmpjes en voorwerpen van betekenis zijn getoond, waarmee de dierbaren van deze nabestaanden ook in de zittingszaal een gezicht hebben gekregen.

De openhartige en persoonlijke wijze waarop dit is gebeurd, heeft op de rechtbank diepe indruk gemaakt. De sprekers hebben alle toehoorders in hun hart, en vaak ook diep in hun ziel laten kijken. Ieder die heeft gesproken, heeft dat op een geheel eigen en krachtige wijze gedaan. Mede daardoor is op een prachtige manier van het spreekrecht gebruik gemaakt.

Vragen rechtbank aan OM naar aanleiding van mediaberichten

Vragen rechtbank

Naar aanleiding van recente berichten in de media heeft de rechtbank aan het einde van de zittingsdag op vrijdag 10 september 2021 vragen gesteld aan het OM. Het gaat in de eerste plaats om een bericht van 2 september 2021 over een brief van het Joint Investigation Team (JIT) die is verspreid onder inwoners van de Russische stad Koersk. Die brief bevat de mededeling dat ‘het vervolgonderzoek naar de bemanning van en de besluitvorming rond de inzet van de Buk-TELAR vergevorderd is’. Daarna is op 8 september 2021 een bericht in de media verschenen over een poging tot aanhouding van twee Russische militairen die naar eigen zeggen ‘betrokken waren bij de lancering van de Buk-raket waarmee vlucht MH17 uit de lucht werd geschoten’.

De rechtbank heeft het OM gevraagd of het in het eerste bericht genoemde vervolgonderzoek heeft geleid tot stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor door de rechtbank te nemen beslissingen in de zaken van de vier verdachten die nu worden vervolgd. Naar aanleiding van het tweede bericht heeft de rechtbank de vraag voorgelegd of het OM bekend is met de activiteiten die in dit bericht worden genoemd en ook of deze informatie juist is. Daarbij wil de rechtbank ook weten of dit geleid heeft tot informatie of stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor dit strafproces.

De reden dat de rechtbank deze vragen in dit zittingsblok aan de orde heeft gesteld, is omdat het OM bij de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in maart 2020 erop heeft gewezen dat op dit moment vier verdachten worden vervolgd maar dat het onderzoek voort wordt gezet naar de bemanning van de beweerdelijke Buk-TELAR en naar de verantwoordelijken in de zogenoemde hogere bevelslijnen. De aanvullingen van het strafdossier tot op heden hebben echter, voor zover de rechtbank bekend, geen betrekking op dat vervolgonderzoek.

Antwoord OM

Aan het einde van de zittingsdag op maandag 13 september 2021 heeft het OM antwoord gegeven op de vragen van de rechtbank en hij is daarbij ook ingegaan op nadere schriftelijk gestelde vragen van de verdediging. De antwoorden van het OM luiden in de kern als volgt.

  • Ten aanzien van het nog lopende onderzoek (bericht 2 september 2021)

In de brief met een informatieoproep aan inwoners van Koersk is gemeld dat het onderzoek zich in een vergevorderd stadium bevindt, maar nog steeds gaande is. In onderzoeken met een lengte als deze is een vergevorderd stadium relatief. Het onderzoek loopt inmiddels meer dan zeven jaar en een afronding valt nog niet te verwachten voor het einde van 2022. Dat heeft alles te maken met de complexiteit van dit onderzoek, waaraan de Russische Federatie geen (volledige) medewerking verleent.

In het nog lopende onderzoek is geen nieuwe informatie naar voren gekomen die (mogelijk) ontlastend is voor een van de vier verdachten die nu worden vervolgd, of die gebruikt zou kunnen worden bij de onderbouwing van mogelijke verweren van de verdediging en waarover zij zich zou moeten kunnen uitlaten.

Daarbij komt dat de verwijten die de nu vervolgde verdachten worden gemaakt, geen bewijs vraagt van de identiteit van de bemanning van de Buk-TELAR, van de mogelijke verantwoordelijken in de bevelslijn in de Russische Federatie of van andere deelnemers. Het is zo dat onderdeel van de verwijten is dat de verdachten samen met personen die zich mogelijk in de Russische Federatie bevonden, het neerschieten van een vliegtuig hebben uitgelokt. Maar voor het bewijs dat die uitlokking ook vanuit de Russische Federatie is gepleegd is voldoende dat kan worden vastgesteld dat verdachten met een of meer onbekend gebleven personen in de Russische Federatie moeten hebben samengewerkt om de bemanning van de Buk-TELAR er toe te brengen om een vliegtuig neer te schieten. Ook zonder bewijs voor persoonlijk contact met de bemanning en hun directe superieuren kan dus geconcludeerd worden dat de verdachten strafbaar hebben gehandeld door hun bemoeienis met de Buk-TELAR.

Het is niet ongebruikelijk dat personen strafrechtelijk worden vervolgd in de wetenschap dat andere betrokkenen nog niet zijn geïdentificeerd. Dit gebeurt regelmatig in drugszaken en andere moordonderzoeken. Zou dat niet kunnen, dan zouden de meeste misdrijven met veel betrokkenen nooit voorbij de onderzoeksfase komen.

Het delen van informatie uit het nog lopende onderzoek kan dat onderzoek ook schaden. Dat is niet alleen onwenselijk, maar onder de omstandigheden waaronder het onderzoek moet worden verricht (gelet op de aard en plaats daarvan en van de tot op heden gebleken noodzaak van het anoniem horen van getuigen en deskundigen) wellicht ook onverantwoord. Het OM is daarom uiterst terughoudend in het delen van informatie uit het nog lopende onderzoek naar de bemanning en de bevelslijn.

Wel kan worden gezegd dat het onderzoek nog geen uitsluitsel heeft kunnen geven over de concrete aanleiding om vlucht MH17 neer te schieten. Waarom de bemanning van de Buk-TELAR op de knop heeft gedrukt op het moment dat dat is gedaan, is nog onbekend. Vanzelfsprekend richt het lopende onderzoek zich ook op die vraag. Maar voor het bewijs van de verwijten die de nu vervolgde vier verdachten worden gemaakt, is het niet nodig te weten wat de concrete aanleiding voor en de precieze gang van zaken bij het afvuren van de raket was. Ook daarin bestaat dus geen reden om het lopende onderzoek naar de bemanning van de Buk-TELAR en naar de verantwoordelijken in de hogere bevelslijn af te wachten.

Het huidige strafdossier bevat meer dan voldoende informatie om de door de rechtbank geformuleerde drie vragen, 1) Is vlucht MH17 neergehaald met een Buk-raket? 2) Is deze raket afgeschoten vanaf een landbouwveld nabij Pervomaiskyi? en 3) Hebben deze vier verdachten daar op strafrechtelijk verwijtbare wijze aan deel genomen?, te beantwoorden.

  • Ten aanzien van het bericht van 8 september 2021

Met het bericht van 8 september 2021 vergelijkbare berichten zijn al eerder, namelijk sinds augustus 2020, verschenen in Russische en Oekraïense media. Volgens die berichten hebben Oekraïense veiligheidsagenten onder dekmantel contact gezocht met huurlingen van een Russisch particulier militair bedrijf. Onder het mom van een militaire wervingsactie zouden deze Oekraïense veiligheidsagenten de huurlingen hebben geïnterviewd en naar Wit-Rusland hebben gelokt.  En volgens deze mediaberichten zouden twee van deze Russische huurlingen mogelijk betrokken zijn geweest bij het neerschieten van vlucht MH17 of daarover mogelijke informatie hebben. Deze veiligheidsoperatie heeft niet geleid tot de uitlevering van Russische huurlingen aan Oekraïne.

Dit is geen actie geweest van het OM, noch van de Nederlandse politie of het JIT. In hoeverre de mediaberichten juist zijn, weet het OM daarom niet. Tijdens een persconferentie van vrijdag 10 september 2021 hebben de Oekraïense autoriteiten het bestaan van deze operatie in algemene zin wel bevestigd.

Naar aanleiding van de vergelijkbare mediaberichten van 2020 heeft het OM zelf onderzoek verricht. Daarbij is van belang dat onderzoek naar mogelijke verklaringen die door militaire huurlingen zijn afgelegd tijdens sollicitatiegesprekken met veiligheidsagenten die onder een dekmantel werken, grote behoedzaamheid vraagt. Wat na mediaberichtgeving als feit wordt opgevat, blijkt na onderzoek nog wel eens anders te liggen. Het onderzoek van het OM heeft geen relatie kunnen vaststellen tussen de in de media genoemde personen en de Buk-TELAR waarmee vlucht MH17 is neergeschoten. De mediaberichten en onderzoeksresultaten zijn niet ontlastend en voegen niets toe aan de informatie die al onderdeel uitmaakt van het procesdossier.  

Reactie en nadere vraag rechtbank

De rechtbank heeft op maandag 21 september 2021 aan het eind van de dag een reactie gegeven op het antwoord van het OM.

Naar het oordeel van de rechtbank moet de bepaling in de wet over (het toevoegen van stukken aan) het procesdossier zo worden begrepen dat in beginsel alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor enige door de rechtbank te nemen beslissing, tot de processtukken behoren en dus aan in het procesdossier moeten worden toegevoegd. Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is het de rechter die bepaalt of het voegen van stukken noodzakelijk is. Beslissend daarbij is de relevantie van die stukken, niet of het gaat om belastende of ontlastende stukken.

Ook heeft de rechtbank vraagtekens geplaatst bij het onderscheid dat het OM maakt tussen het onderzoek in de zaken van de vier verdachten die in dit strafproces worden vervolgd en het nog lopende onderzoek naar andere personen die mogelijk betrokken zijn bij het neerstorten van vlucht MH17. Het gaat namelijk allemaal om hetzelfde feit, namelijk het neerstorten van vlucht MH17.

Stukken uit het nog lopende onderzoek die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beantwoording van de vragen die zien op het gebruikte wapen en de afvuurlocatie, behoren ook tot de processtukken in de zaken van de huidige vier verdachten. Als het gaat om de vraag naar de betrokkenheid van de verdachten, dan hoeft ook niet slechts van belang te zijn wat de eventuele bijdrage van deze vier verdachten zou zijn geweest. Niet kan worden uitgesloten dat het voor de vele juridische vragen die in deze zaak mogelijk beantwoord moeten worden (zoals vragen die zien op de deze verdachten verweten deelnemingsvormen, op de vereisten voor het opzet, maar ook op de formele vraag van de ontvankelijkheid van het OM) nodig zal zijn de activiteiten van de vier verdachten in dit strafproces te plaatsen in de context van activiteiten en bedoelingen van anderen. Ook stukken die hierop zien kunnen redelijkerwijs van belang zijn voor beslissingen die de rechtbank bij einduitspraak zal moeten nemen.

De rechtbank heeft het OM daarom nogmaals gevraagd of alsnog processtukken uit het lopende onderzoek moeten worden gevoegd in de strafzaken tegen de huidige vier verdachten.

Hoe nu verder

De eerstvolgende zittingsdag zal zijn op 1 november 2021 en zal beginnen om 10.00 uur.

Ervan uitgaande dat het onderzoek van de rechter-commissaris voor 1 november 2021 is afgerond, zullen de resultaten daarvan op 1 en/of 2 november 2021 worden besproken. In elk geval worden dan ook de vorderingen van de benadeelde partijen besproken.

Zodra het onderzoek is afgerond en de resultaten daarvan op zitting aan de orde zijn geweest, zal nog een aantal nabestaanden spreken die (ook) wat over het bewijs willen zeggen.

Voor de verdere voorlopige planning, kan worden verwezen naar het resumé van de dag van 6 september 2021.

Kijk hier de livestreambeelden terug van de zitting:
Origineel zaalgeluid
Livestream 24 september 2021_deel 1
Livestream 24 september 2021_deel 2
Livestream 24 september 2021_deel 3

Nederlandse tolk
Livestream 24 september 2021_deel 1
Livestream 24 september 2021_deel 2
Livestream 24 september 2021_deel 3