Als een verdachte en/of het Openbaar Ministerie (OM) het niet eens is/zijn met de uitspraak van de rechtbank Den Haag, dan kunnen zij in hoger beroep gaan bij het gerechtshof Den Haag. Het gerechtshof zal de verdachte en/of het OM vragen waar zij het niet mee eens zijn in de uitspraak van de rechtbank. Afhankelijk daarvan zal het gerechtshof de zaak in zijn geheel opnieuw behandelen of zich bijvoorbeeld beperken tot de beoordeling van de opgelegde straf.

Als een verdachte en/of het OM het niet eens is/zijn met de uitspraak van het gerechtshof, dan kunnen zij in cassatieberoep gaan bij de Hoge Raad der Nederlanden, de hoogste rechter in Nederland. De Hoge Raad doet de zaak inhoudelijk niet over, maar kan alleen toetsen of het recht goed is uitgelegd en toegepast en of het gerechtshof zijn uitspraak voldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad kan beslissen dat het gerechtshof de rechtszaak moet overdoen, bijvoorbeeld als het gerechtshof fouten heeft gemaakt of de Hoge Raad een andere uitleg geeft aan het recht dan het gerechtshof heeft gedaan. Cassatieberoep is de laatste mogelijkheid om in Nederland een uitspraak in een rechtszaak aan te vechten. Hierna kan een verdachte of het OM zich nog wenden tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.