Om het berechten van de verdachten in Nederland mogelijk te maken zijn er nieuwe wetten aangenomen. De wetten zijn nodig vanwege de unieke aard van de rechtszaak MH17. Vanwege het internationale karakter kan de rechtbank nu bijvoorbeeld toestaan dat bepaalde onderdelen van het strafproces in het Engels worden gevoerd, zoals de uitoefening van het spreekrecht door buitenlandse nabestaanden. Verder wordt er bij hoge uitzondering afgeweken van het aanwezigheidsrecht van de verdachte. In plaats van het uitgangspunt dat de verdachte bij zijn berechting fysiek aanwezig is, kan er gebruik worden gemaakt van videoconferentie.